Zon op land, ziens­wijze


17 februari 2021

Iets meer dan twee jaar na de vaststelling van provinciale omgevingsverordening ligt er nu een voorstel om deze aan te passen. In 2018 is er uitgebreid gesproken over de landschappelijke inpassing van zonneparken en de participatie van de inwoners. Het amendement van de SP destijds, ving al een groot deel van de nadelen op die nu worden genoemd. Dit amendement is echter verworpen.

Kennelijk is er na een kleine twee jaar al sprake van voortschrijdend inzicht bij de Staten. Of is het de achterliggende bedoeling de energietransitie te traineren?

Met deze aanpassing van de verordening worden er namelijk obstakels opgeworpen voor zon op land. Maar er worden geen obstakels weggenomen die nu de ontwikkeling van zon op dak tegenhouden.

De Partij voor de Dieren is een voorstander van zon op dak en dat is een iets grotere uitdaging om voor elkaar te krijgen dan zon op land.

Graag horen we van de gedeputeerde hoe hij voor zich ziet, hoe dit voorstel gaat leiden tot meer zon op dak.

Zoals we in de brief van Aa en Hunze kunnen lezen, heeft deze gemeente er expliciet voor gekozen om zelf geen lat neer te leggen voor zonne-energie. Zij zeggen letterlijk dat ze er niet op zitten te wachten om meteen een plafond te introduceren, want zij willen juist ruimte bieden. Ze willen geen initiatieven smoren.

Graag horen we van de gedeputeerde wat hij vindt van dit standpunt van de gemeente Aa en Hunze.

Dan over het gebruik van landbouwgrond voor zon op land.

In de Omgevingsvisie staat het volgende:

• In het buitengebied kan de productie van zonne-energie ten opzichte van intensief agrarisch gebruik, kansen opleveren voor de verbetering van water-, bodem- en natuurkwaliteit.

(p.13 omgevingsvisie) Dit inzicht leidde in 2018 tot het zogenaamde combinatiemodel. En hier is vervolgens het verordening op gebaseerd.

Voorzitter, meer dan de helft van de grond in Nederland, is in gebruik voor agrarische doeleinden. In Drenthe is dit ongeveer 65%. En een groot gedeelte daarvan gebruiken we rechtstreeks voor de vee industrie, dus voor de productie van dierlijke eiwitten. Dat kan ook anders. Door omschakeling naar productie van plantaardige eiwitten voor de mens, kan er veel kostbare ruimte in Nederland vrijkomen. Dat kunnen we gebruiken voor meer natuur, meer woningen en ook voor de energietransitie.

De Partij voor de Dieren is er daarom op tegen om nu al te zeggen wat er NIET met die gronden mag gebeuren.