Lees het opiniestuk van statenlid Thea Potharst


De macht van de jacht

11 maart 2020

De macht van de jacht

In het Dagblad van het Noorden van 8 februari jl. stond te lezen dat in de gemeente Aa en Hunze vossen in de nacht bejaagd mogen gaan worden met behulp van lichtbakken. Al eerder, op 1 februari, hebben we in deze krant kunnen lezen dat de provincie toestaat dat de jacht op het wilde zwijn niet langer door ambtenaren van de provincie, maar door hobbyjagers wordt uitgevoerd.

Beide berichten geven aan dat de macht van de jacht in Drenthe steeds groter wordt. De jacht wordt gezien als oplossing voor problemen die de mens heeft veroorzaakt. Er wordt in het landelijke en Drentse beleid alleen gekozen voor de korte termijn, waardoor onschuldige dieren die van nature voorkomen in de provincie stelselmatig worden doodgeschoten. Dit terwijl er van de overheid een beleid mag worden verwacht waarmee op een duurzame wijze gezorgd wordt voor de natuur en de mens.

Waar leiden deze beleidskeuzes toe? Lichtbakken zorgen voor veel verstoring van dieren en van mensen. En doordat er steeds minder toezichthouders zijn in het buitengebied, is ook weinig toezicht mogelijk op de nachtelijke jacht. Dit levert veel stress op bij dieren en kan leiden tot schietongelukken zoals die zich al hebben voorgedaan in Drenthe, hierbij werd in 2012 een wandelaar gedood te Zwiggelte. Stelt u zich eens voor wat het effect is op de toeristen in Drenthe als deze jacht wordt uitgevoerd.

Doordat het wilde zwijn door de WBE’s mag worden bejaagd, betekent ook hier dat er minder provinciaal (boa) toezicht is of deze jacht wel op zorgvuldige wijze wordt uitgevoerd. In België is aangetoond dat de jacht op het wilde zwijn juist veroorzaker is van de verspreiding van de varkenspest! Een waarschuwing aan alle veehouders in Drenthe lijkt mij op zijn plaats.

De provincie is van mening dat jacht op de vos nodig is om de akker- en weidevogels te beschermen. In 2018 werden in Drenthe 888 vossen (114% van de getelde dieren) gedood. Het idee is dat door de vos dood te schieten, de kuikens en eieren niet worden opgegeten. Hierbij worden vier denkfouten gemaakt. 1. De vos is niet de enige jager, als deze wordt weggeschoten nemen andere predatoren het over. 2. Door het schieten van de vos wordt het aantal vossen niet teruggebracht maar gestimuleerd. De vos krijgt namelijk meer jongen als er meer ruimte in zijn/haar territorium is, en minder jongen als de territoria gevuld zijn. 3. Het aantal eieren en kuikens wordt niet bepaald door de aanwezigheid van de vos, maar door de afwezigheid van gunstige leefomstandigheden (vochtig grasland met rijk bodemleven). 4. Het bevorderen van het konijn zou kunnen voorkomen dat de vos jaagt op akker- en weidevogels, echter de konijnen zijn in Drenthe vrijwel uitgestorven (in 2018 werden slechts 287 konijnen geteld in heel Drenthe geschoten en toch 62 geschoten, bron jaarverslag FBE).

Doordat de provincie bij het maken van het beleid de jagers mee laat praten, wordt de jacht geen strobreed in de weg gelegd. Sterker nog, de provincie Drenthe verruimt de mogelijkheden voor jacht zelfs. De jagers hoeven het nut en de noodzaak van hun bezigheden niet te onderbouwen terwijl er genoeg wetenschappelijk bewijs is voor de zinloosheid van jacht. Niet-dodende maatregelen worden weggewuifd of geheel niet overwogen. Er liggen bij de provincie geen plannen voor afrastering tegen wilde zwijnen, of voor alternatieven om aanrijdingen met reeën te voorkomen. Doden als enige optie, dát is de macht van de jacht in Drenthe.

Thea Potharst, Statenlid Drenthe namens de Partij voor de Dieren