06 okt. 2025
Schriftelijke vragen PvdD met betrekking tot foerageergebieden ganzen
Aan de voorzitter van de Provinciale Staten van Drenthe
CvdK J. Klijnsma
Postbus 122
9400 AC Assen
6 oktober 2025
Betreft: Schriftelijke vragen ex art 41 Reglement van Orde met betrekking tot foerageergebieden ganzen
Geachte voorzitter,
In 2022 is er het ‘Drents Ganzenakkoord’ afgesloten. Dit is gebeurd om te voldoen aan de internationale verplichting die Nederland heeft om voor trekganzen te zorgen, en te zoeken naar manieren om de financiële schade die ganzen maken te voorkomen. In het ganzenakkoord zijn tweedelig afspraken gemaakt: voor beheer en voor bescherming van ganzen.
Implicaties voor bescherming die volgen uit het Ganzenakkoord zijn o.a. een winterrust periode, focus op preventieve maatregelen en naast bestaande foerageergebieden ruimte voor 500ha aan nieuwe plekken. Die foerageergebieden moeten per deelgebied aangesloten worden, en in het ganzenakkoord is opgenomen dat een onafhankelijke partij een onderzoek moet doen naar de noodzakelijke grootte van de foerageergebieden. Dit is een harde voorwaarde voor beheer vanuit het geweer.
Bij onze fractie leeft de indruk dat de provincie aan de beheerkant van ganzen de doelen gemakkelijk haalt, terwijl de provincie aan de bescherming/preventie kant ernstig steken laat vallen. Een voorbeeld hiervan is de omgevingsvergunning die, ondanks bezwaar van o.a. fauna4life, laatst is verleend voor het afschieten van duizenden ganzen. Hierbij is ook de bufferzone rondom Natura 2000 gebieden eruit gesloopt, terwijl dit eigenlijk enkel een tussenoplossing was tot er fatsoenlijke foerageergebieden gerealiseerd worden door de provincie.
Onze fractie heeft hier de volgende vragen over:
1a) Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met het realiseren van 500ha extra foerageergebieden door provincie? En hoeveel van de in 2022 aanwezige foerageergebieden zijn er nog steeds actief?
b) Hoe verhoudt de stand van de foerageergebieden zich tot de houding van de provincie om vooral te sturen naar afschot?
c) Heeft de provincie zoals in het ganzenakkoord is afgesproken door een onafhankelijke partij een onderzoek laten uitvoeren naar de noodzakelijke grootte van de foerageergebieden? Zo ja, door wie? En wat waren de resultaten van dat onderzoek?
In het Ganzenakkoord staat letterlijk de tekst “geen schadebestrijding met het geweer in N2000 gebieden met een zone van 250 m1 eromheen”
2a) Hoe rijmt de provincie deze harde afspraak in het ganzenakkoord met de laatst uitgegeven omgevingsvergunning, waarin die bufferzone ondanks bezwaar van belangenorganisaties ontbreekt? Graag toelichting.
b) In de eerste versie van de omgevingsvergunning was de bufferzone nog aanwezig. Verschillende belangenorganisaties, zoals fauna4life, hebben toen bezwaar aangetekend omdat de omgevingsvergunning naar hun inschatting niet voldoet aan de wet. In plaats van de bezwaren aan te pakken heeft de provincie een nieuwe omgevingsvergunning gemaakt die niet een verbetering is t.o.v. de oorspronkelijke. Waarom heeft deze wijziging zich voorgedaan, en wie heeft er om het verwijderen van de bufferzone rondom natura 2000 gebieden gevraagd? Graag toelichting.
In het Ganzenakkoord staan tal van uitgangspunten voor preventie en bescherming, want ganzen zijn beschermde vogels.
3a) Hoe waarborgt de provincie op dit moment de bescherming van ganzen? En voldoet volgens GS de provincie momenteel aan de afspraken die gemaakt zijn in het Ganzenakkoord? Graag toelichting waarom.
b) Hoe waarborgt de provincie op dit moment de inzet op preventie? En voldoet volgens GS de provincie momenteel aan de afspraken die gemaakt zijn in het Ganzenakkoord? Graag toelichting waarom.
Overal ter wereld zien we een achteruitgang in de democratie en rechtsstaat. Ook in Nederland is deze achteruitgang waar te nemen. Rechterlijke instanties zoals de Raad van State worden door politieke partijen regelmatig verdacht gemaakt van een bepaalde politieke kleur. Ook zien we een trend waarin de overheid haar verantwoordelijkheid om soms “nee” te zeggen steeds vaker afschuift op een rechter. Een rechter kan namelijk daarna gemakkelijk de schuld worden gegeven wanneer door de achterban gewenst beleid niet door kan gaan omdat de politiek zelf bepaalde regels heeft opgesteld. Bij uitstek zien we deze manier van handelen in Nederland bij thema’s als stikstof of faunabeheer. Vaak komt het uiteindelijk neer op belangenorganisaties die als enige taak hebben de overheid aan haar eigen regels te houden, om ervoor te zorgen dat er geen ontheffingen of vergunningen worden afgegeven die eigenlijk helemaal niet conform de wet zijn. De provincie Drenthe is regelmatig teruggefloten door een rechter in zaken rondom faunabeheer.
4a) Hoe reflecteert de provincie op het feit dat de rechter de provincie regelmatig moet terugfluiten bij zaken rondom faunabeheer?
b) Deelt GS de overtuiging dat het onwenselijk is dat belangenorganisaties ontheffingen en vergunningen van de provincie continu moeten controleren, omdat de provincie dat zelf schijnbaar onvoldoende doet of kan?
c) Hoe verklaart de provincie het feit dat ontheffingen en vergunningen regelmatig worden teruggefloten door een rechter?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
Siska Peeks | Partij voor de Dieren
Aan:
Statenlid S.R. Peeks-Niemeijer
(i.a.a. de overige Statenleden)
Assen, 11 november 2025
Ons kenmerk 46/5.5/2025001343
Behandeld door thema Natuur
Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex artikel 41 Reglement van orde over Ganzenfoerageergebieden.
Geacht Statenlid Peeks,
In uw brief van 6 oktober 2025 stelde u een aantal vragen over de aanwijzing van ganzenfoerageergebieden. Deze vragen beantwoorden wij als volgt:
Vraag 1
a) Kunt u aangeven wat de stand van zaken is met het realiseren van 500 ha extra foerageergebieden door de provincie? En hoeveel van de in 2022 aanwezige foerageergebieden zijn er nog steeds actief?
Antwoord 1a
In het ganzenakkoord wordt inderdaad gesteld dat er een inspannings-verplichting geldt voor het aanwijzen van extra ganzenfoerageergebied (500 ha). Echter, het is een misverstand dat wij deze afspraak met de Faunabeheereenheid Drenthe (FBE) hebben gemaakt. Het Ganzen- akkoord is opgesteld door de FBE met de gebiedspartners. In het ganzen-akkoord wordt geadviseerd om 500 ha extra foerageergebied te realiseren.
In Drenthe is momenteel in de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe één officieel foerageergebied aangewezen: het Leekstermeer-gebied, bestaande uit vier deelgebieden (483 ha). Aanwijzing van nieuwe ganzenfoerageergebieden is in voorbereiding. Eind 2025 start een eco-logisch-ruimtelijk onderzoek naar de mogelijke uitbreiding van ganzen-foerageergebieden, met besluitvorming voorzien in 2026. Wij achten het van belang dat dit onderzoek zorgvuldig gebeurt, zodat uitbreiding eco-logisch effectief en juridisch houdbaar is.
1b Hoe verhoudt de stand van de foerageergebieden zich tot de houding van de provincie om vooral te sturen naar afschot?
Antwoord 1b
Het Faunabeheerplan 2025–2030 bevestigt dat afschot slechts een onder-steunend middel is binnen een ‘preventie-eerst’-strategie. Lethale maat-regelen zijn uitsluitend toegestaan wanneer aantoonbaar is dat ten minste twee niet-dodelijke maatregelen onvoldoende resultaat hebben gehad. Het beleid is dus nadrukkelijk niet afschot-gestuurd, maar een evenwichtig escalatiemodel waarin preventie, verjaging en pas daarna afschot elkaar opvolgen. Hiermee voldoet Drenthe aan de wettelijke regels ten aanzien van pro-portionaliteit en subsidiariteit in faunabeheer. Wij streven naar een rea-listisch evenwicht tussen natuurdoelen en landbouwbelangen, zonder structurele populatiereductie als doel op zich.
1c) Heeft de provincie zoals in het ganzenakkoord is afgesproken door een onaf-hankelijke partij een onderzoek laten uitvoeren naar de noodzakelijke grootte van de foerageergebieden? Zo ja, door wie? En wat waren de resultaten van dat onderzoek?
Antwoord 1c
Nee, in het ganzenakkoord zijn geen afspraken vastgelegd over het uit-voeren van een onderzoek door een onafhankelijke partij. Er was ook geen directe noodzaak om hiermee snel te handelen omdat:
• De gunstige staat van instandhouding (GVI) van ganzenpopulaties in Nederland en Noordwest-Europa over het algemeen gunstig tot zeer gunstig is;
• Sovon en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) rapporteren dat de overwinterende populaties van grauwe gans, brandgans en kolgans stabiel of groeiend zijn;
• Er is geen aanwijzing is dat deze soorten in Drenthe of landelijk in hun voortbestaan worden bedreigd.
Daarmee is er geen verplichting vanuit de Vogelrichtlijn of het Bal (artikel 8.74j) om extra gebieden aan te wijzen om de gunstige staat te waarborgen. Integendeel: juist het beheer moet ervoor zorgen dat de populaties niet zó groot worden dat de ecologische balans en het maat-schappelijk draagvlak onder druk komen.
Ganzenfoerageergebieden kunnen er wel toe bijdragen dat de schade-cijfers omlaag gaan. Er wordt momenteel gewerkt aan een plan van aanpak waarbij de FBE, en terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, LTO en Het Drentse Landschap worden betrokken. Daarna zal er nog dit jaar een onderzoek worden opgestart naar aan- vullende foerageergebieden. Het onderzoek zal de basis vormen voor besluitvorming door ons college in 2026. Provinciale Staten zullen daar-over worden geïnformeerd.
Vraag 2
a). Hoe rijmt de provincie deze harde afspraak in het ganzenakkoord met de laatst uitgegeven omgevingsvergunning, waarin die bufferzone ondanks bezwaar van belangenorganisaties ontbreekt? Graag toelichting.
Antwoord 2a
Zie antwoord onder 1c. Extra foerageergebied voor ganzen is niet zozeer een ecologische noodzaak als wel een maatregel om de schadecijfers omlaag te brengen. Daarnaast is het, zoals aangegeven, een misverstand dat wij deze afspraak met de Faunabeheereenheid Drenthe (FBE) hebben gemaakt. Het Ganzenakkoord is opgesteld door de FBE met de gebiedspartners.
Er zal nu onderzoek gedaan worden naar de aanvulling van ganzen- foerageergebieden. Het is geen verplichting om de aanwijzing hiervan in de omgevingsvergunning op te nemen. De gebieden kunnen ook apart worden aangewezen, los van de omgevingsvergunning.
b). In de eerste versie van de omgevingsvergunning was de bufferzone nog aan-wezig. Verschillende belangenorganisaties, zoals fauna4life, hebben toen bezwaar aangetekend omdat de omgevingsvergunning naar hun inschatting niet voldoet aan de wet. In plaats van de bezwaren aan te pakken heeft de provincie een nieuwe omgevingsvergunning gemaakt die niet een verbetering is t.o.v. de oorspronkelijke. Waarom heeft deze wijziging zich voorgedaan, en wie heeft er om het verwijderen van de bufferzone rondom natura 2000 gebieden gevraagd? Graag toelichting.
Antwoord 2b
Op verzoek van vergunninghouder (de FBE) is de bufferzone van 250 meter rondom Natura 2000-Vogelrichtlijngebieden in de provincie Drenthe verwijderd uit de omgevingsvergunning. De FBE heeft dit onder meer verzocht omdat door toepassing van de 250 meter zone in de om-gevingsvergunning, deze zone het gehele jaar als ganzenrustgebied zou kunnen worden gebruikt. In het ganzenakkoord is echter aangegeven dat alleen tijdens de winterperiode rustgebied moet worden gecreëerd. Verder zijn deze zones nog niet officieel aangewezen als ganzenrust/ foerageergebied, waardoor agrariërs niet gecompenseerd zouden worden, terwijl ze ook geen beheer konden toepassen in die zone.
Daarnaast is nog niet onderzocht of de activiteit significante effecten heeft op Natura 2000-gebied. Ook mede hierom is de bufferzone uit de omgevingsvergunning gehaald. Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit en een natuurvergunning bevatten twee af- zonderlijke toetsingskaders. Op basis van jurisprudentie is het toegestaan om deze toetsingskaders van elkaar te scheiden.
De effecten van de activiteit op soorten in Natura 2000-gebieden zullen daarom separaat van deze omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden onderzocht. Het proces om dit te onderzoeken is inmiddels al in gang gezet.
Vraag 3
a). Hoe waarborgt de provincie op dit moment de bescherming van ganzen? En voldoet volgens GS de provincie momenteel aan de afspraken die gemaakt zijn in het Ganzenakkoord? Graag toelichting waarom.
Antwoord 3a
De bescherming van ganzenpopulaties in Drenthe is verankerd via drie pijlers: (1) uitsluiting van beheer in ganzenfoerageergebieden (GFG’s) en Natura 2000-gebieden; (2) het instellen van winterrust in ganzenfoerageer- gebieden; (3) systematische monitoring via Sovon en de Faunabeheer-eenheid (FBE) van aantallen, schade en broedparen. De provincie voldoet hiermee aan de wettelijke verplichting om de gunstige staat van instandhouding van de soorten niet te schaden, zoals vast-gelegd in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er is dus geen sprake van eenzijdige nadruk op beheer: rust en bescherming vormen de basis waarop het beleid rust. Voor vrijwel alle Drentse ganzensoorten wordt de GVI gehaald en is de trend positief dan wel stabiel. Ten aanzien van de GVI en de trends is extra ganzen- foerageergebied niet nodig. In het ganzenakkoord wordt inderdaad gesteld dat er een inspanningsverplichting geldt voor het aanwijzen van extra ganzenfoerageergebied.
Echter, het is een misverstand dat de pro-vincie deze afspraak gemaakt heeft. Het Ganzenakkoord is opgesteld door de FBE met de gebiedspartners en is een advies aan de provincie. Wij achten het van groot belang dat Drenthe blijft voldoen aan de Europese en nationale verplichtingen, en dat populatiebeheer alleen plaatsvindt binnen de kaders van de gunstige staat van instandhouding. De bescherming van trekganzen blijft prioriteit; zij zijn immers een gezamenlijke internationale verantwoordelijkheid. Zie ook 1c.
b). Hoe waarborgt de provincie op dit moment de inzet op preventie? En voldoet volgens GS de provincie momenteel aan de afspraken die gemaakt zijn in het Ganzenakkoord? Graag toelichting waarom.
Antwoord 3b
De inzet op preventie is verankerd in het Faunabeheerplan 2025–2030. Hierin zijn niet-dodelijke maatregelen opgenomen, zoals akoestische en visuele verjaging, afscherming van percelen, en gewasaanpassing. Het plan schrijft voor dat pas tot ondersteunend afschot mag worden over-gegaan als minimaal twee preventieve maatregelen aantoonbaar on- voldoende resultaat hebben gehad. Deze systematiek sluit aan bij het beginsel van subsidiariteit: eerst voorkomen, dan verjagen, pas daarna ondersteunend afschot.
Onderzoek van BIJ12 toont aan dat de effectiviteit van verjaging toeneemt wanneer dit incidenteel wordt ondersteund met afschot, omdat dit de angstreactie versterkt en hernieuwde vestiging van ganzen ontmoedigt. Drenthe past deze gecombineerde aanpak toe onder strikte voorwaarden en met registratieplicht, zodat naleving en effect kunnen worden geëvalueerd. Wij onderstrepen dat preventie de kern blijft van het beleid, en dat faunabeheer nooit een doel op zich mag worden.
Vraag 4
a). Hoe reflecteert de provincie op het feit dat de rechter de provincie regelmatig moet terugfluiten bij zaken rondom faunabeheer?
Antwoord 4a
Wij erkennen dat eerdere rechterlijke uitspraken waardevolle lessen hebben opgeleverd. In enkele gevallen werden vergunningen vernietigd vanwege onvoldoende motivering van noodzaak, proportionaliteit of subsidiariteit. In het huidige Faunabeheerplan zijn deze beginselen expliciet uitgewerkt als toetsingskader. Daarmee is de juridische onderbouwing versterkt en sluit het beleid beter aan bij het wettelijk kader. Faunabeheer is juridisch complex omdat het Europese, nationale en provinciale regels combineert. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om besluiten transparant, controleerbaar en goed onderbouwd te nemen, zodat rechterlijke correctie niet nodig is, maar wel onderdeel blijft van een gezonde rechtsstaat.
b). Deelt GS de overtuiging dat het onwenselijk is dat belangenorganisaties ont-heffingen en vergunningen van de provincie continu moeten controleren, omdat de provincie dat zelf schijnbaar onvoldoende doet of kan?
Antwoord 4b
Wij delen de zorg dat herhaaldelijke juridische procedures niet wenselijk zijn. Tegelijkertijd erkennen wij dat maatschappelijke controle een wezenlijk onderdeel is van een open en democratisch bestuur. Belangen-organisaties vervullen een belangrijke rol door besluiten te toetsen aan wet- en regelgeving. Wij zetten in op betere onderbouwing, trans- parantie en monitoring, zodat juridische geschillen worden voorkomen en vertrouwen kan groeien.
c) Hoe verklaart de provincie het feit dat ontheffingen en vergunningen regel-matig worden teruggefloten door een rechter?
Antwoord 4c
Zie onder a. De belangrijkste oorzaak van eerdere vernietigingen is dat besluiten onvoldoende waren onderbouwd met actuele gegevens over populatieontwikkeling, schadehistorie en effectiviteit van maatregelen. Het nieuwe Faunabeheerplan adresseert dit door gebiedsgerichte criteria en verplichte monitoring op te nemen. Daarmee is het beleid beter ver-ankerd in feitelijke data en wetenschappelijke onderbouwing. Wij zijn ervan overtuigd dat deze verbeterde aanpak bijdraagt aan juridisch robuuste besluiten en vermindering van bezwaarprocedures.
Samenvattend zijn wij van mening dat het Drentse ganzenbeleid juridisch zorgvuldig en ecologisch verantwoord wordt uitgevoerd. Wij bewaken rust in foerageer- en Natura 2000-gebieden, hanteren preventie als uitgangspunt en toetsen beheer streng aan noodzaak en effectiviteit. De komende periode ligt de nadruk op het onderzoek naar uitbreiding van foerageergebieden en op verbetering van monitoring en naleving. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan de adviezen uit het Ganzen- akkoord, maar ook gewerkt aan duurzaam draagvlak voor toekomst- bestendig ganzenbeheer.