08 mrt. 2026
Schriftelijke vragen m.b.t. neergeschoten raaf
Aan de voorzitter van Provinciale Staten van Drenthe
mevrouw A. Mulder
Postbus 122 9400 AC Assen
Assen, 8 maart 2026
Onderwerp: schriftelijke vragen ex artikel 41 RvO m.b.t. neergeschoten raaf
Geachte voorzitter,
Op 6 maart 2026 publiceerde RTV Drenthe (1) het verontrustende bericht over een raaf die was neergeschoten en verschillende kogeltjes in diens lichaam had. Hierover hebben wij de volgende vragen:
1. Natuurbeschermers hebben bij toeval een raaf gevonden die niet meer kon vliegen. Bij nader onderzoek bleek de raaf beschoten te zijn. Bent u op de hoogte van dit incident waarbij een raaf is neergeschoten?
2. Heeft u contact gehad met Staatsbosbeheer over dit voorval? Graag toelichting.
3. Wordt door de provincie of in samenwerking met andere instanties (zoals de politie of BOA’s) onderzoek gedaan naar mogelijke daders? Zo nee, waarom niet?
4. Raven zijn beschermd op grond van de Wet Natuurbescherming. Hoe beoordeelt GS dit incident in het licht van deze wettelijke bescherming?
5. Worden er in Drenthe vaker overtredingen gemeld of geconstateerd waarbij beschermde vogelsoorten worden beschoten? Graag toelichting.
6. Volgens natuurexperts leven er in Nederland slechts 1200–1400 raven en ongeveer 150 broedparen. Hoe ontwikkelt de ravenpopulatie zich specifiek in Drenthe?
7. Klopt het dat deze gewonde raaf deel uitmaakte van een broedpaar, en zo ja: welke gevolgen heeft dit mogelijk voor de lokale populatie?
8. Zijn er volgens GS signalen dat raven of andere (aas)vogels in Drenthe doelwit zijn van illegale vervolging? Zo nee, kunt u aangeven waarom die signalen u niet bereiken?
9. Welke maatregelen neemt de provincie om illegaal afschot van beschermde soorten te voorkomen?
1.Raaf neergeschoten in Drents natuurgebied: 'Ik vraag me vooral af: waarom?' - RTV Drenthe
10. In het artikel van RTV Drenthe wordt genoemd dat raven soms een negatief imago hebben. Is de provincie bereid om samen met natuurorganisaties de voorlichting te verbeteren over de ecologische rol van de raaf? Kunt u dit toelichten?
11. Wat verwacht de provincie van Staatsbosbeheer in de opvolging van dit incident?
12. Wordt er extra toezicht overwogen in het Hart van Drenthe of andere gebieden waar eerdere incidenten hebben plaatsgevonden?
13. Kunt u Provinciale Staten informeren zodra er meer duidelijkheid is over de toedracht en eventuele vervolgstappen?
14. Zijn er naar aanleiding van dit incident beleidsaanpassingen of extra maatregelen te verwachten? Zo nee, waarom niet gezien de ernst van dit signaal?
15. In hoeverre worden jagers in Drenthe gecontroleerd op naleving van de zorgvuldigheidsnormen die gelden bij schieten in of nabij natuurgebieden waar beschermde soorten voorkomen?
16. Is GS van mening dat het huidige toezicht op jachtactiviteiten in Drenthe voldoende waarborgen biedt om te voorkomen dat beschermde of huisdieren worden geraakt? Kunt u dit nader toelichten?
17. Overweegt GS om — in reactie op dit incident — striktere voorwaarden te stellen aan jachtvergunningen of aan toezicht in het Hart van Drenthe en vergelijkbare gebieden? Zo nee, waarom niet?
18. Is GS bereid om samen met terreinbeheerders (zoals Staatsbosbeheer) te onderzoeken of er aanvullende preventieve maatregelen nodig zijn, zoals:
a. extra toezicht op jachtactiviteiten,
b. betere educatie voor jagers,
c. gerichtere communicatie over de aanwezigheid van beschermde soorten zoals raven?
19. Kan GS aangeven welke stappen worden gezet als uit onderzoek blijkt dat een jager verantwoordelijk is voor dit incident?
Alvast hartelijk dank voor uw antwoorden,
Siska Peeks | Partij voor de Dieren
Aan: Statenlid S.J. Peeks-Niemeijer (i.a.a. de overige Statenleden) Assen,
31 maart 2026
Ons kenmerk 14/5.1/2026000308
Behandeld door thema Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex artikel 41 Reglement van orde over neergeschoten raaf.
Geacht Statenlid Peeks,
In uw brief van 8 maart 2026 stelde u een aantal vragen over een neergeschoten raaf. Deze vragen beantwoorden wij als volgt.
Antwoord 1.
Wij zijn onlangs door Staatsbosbeheer op de hoogte gesteld van dit incident. Staats- bosbeheer heeft het voorval ook bij de politie gemeld.
Antwoord 2. Zie antwoord vraag 1.
Antwoord 3.
Op dit moment wordt er geen onderzoek uitgevoerd. Door de late melding van het incident is er geen aanleiding meer om een onderzoek te starten, omdat op basis van de beschikbare informatie niet langer op een effectieve wijze kan worden vastgesteld wat de toedracht is geweest.
Antwoord 4.
Wij beschouwen dergelijke incidenten als zeer ongewenst, omdat de raaf een beschermde soort is. Voor zover nu bekend is, betreft het hier een individueel incident waarvan de toedracht niet is vastgesteld.
Antwoord 5.
Bij ons zijn geen recente signalen bekend dat in Drenthe structureel beschermde vogel soorten worden beschoten.
Antwoord 6.
In Drenthe is het aantal broedparen relatief klein, maar de populatie laat een voorzichtige groei zien. Exacte aantallen voor dit jaar zijn nog niet beschikbaar.
Antwoord 7.
Bij ons is niet bekend of de desbetreffende raaf deel uitmaakte van een broedpaar.
Antwoord 8.
Wij ontvangen momenteel geen signalen dat raven of andere aasvogels in Drenthe doelbewust worden vervolgd. Mogelijk bereiken dergelijke signalen ons niet omdat meldingen vaak rechtstreeks bij politie binnenkomen.
Antwoord 9.
De provincie werkt samen met haar ketenpartners aan de uitvoering van het toezicht en handhaving binnen Drenthe.
Antwoord 10.
Wij zien op dit moment geen aanleiding om aanvullende acties te ondernemen op het gebied van voorlichting over de ecologische rol van de raaf. Het betreft vooralsnog een individueel incident.
Antwoord 11. Er wordt geen onderzoek uitgevoerd. Wij zien daarom op dit moment geen aanleiding om aanvullende acties te vragen van Staatsbosbeheer.
Antwoord 12. Zie antwoord vraag 10.
Antwoord 13. Zie antwoord vraag 1.
Antwoord 14.
Wij zien op dit moment geen aanleiding tot beleidsaanpassingen. Dit betreft vooralsnog een individueel incident waarvan de feitelijke toedracht niet bekend is.
Antwoord 15.
Het toezicht op, de vergunningverlening voor en de regulering van vuurwapenbezit en -gebruik in Nederland is primair geregeld in de Wet wapens en munitie en aanverwante landelijke regelgeving. Deze bevoegdheden liggen bij het Rijk en bij uitvoerende instanties zoals de politie en het Openbaar Ministerie.
Antwoord 16.
Dit betreft vooralsnog een individueel incident waarvan de toedracht niet vaststaat. Daarom is er op dit moment geen reden om te veronderstellen dat het bestaande toezicht tekortschiet.
Antwoord 17.
Op basis van de huidige informatie is er geen aanleiding om aanvullende of strengere voorwaarden te stellen of toezicht in het gebied te intensiveren.
Antwoord 18 Zie antwoord vraag 10.
Antwoord 19 Zie antwoord vraag 3.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Drenthe,