10 dec. 2025
Schriftelijke vragen m.b.t. doodvonnis wolf Bor (GW4890m)
Aan de voorzitter van de Provinciale Staten van Drenthe
Plaatsvervangend CvdK G.J. Schuinder
Postbus 122 9400 AC Assen 10 december 2025
Betreft: Schriftelijke vragen ex art 41 Reglement van Orde met betrekking tot doodvonnis wolf Bor (GW4890m) - SPOED
Geachte heer Schuinder,
Op 9 december 2025 werd bekend dat de provincie Drenthe voornemens is de wolf Bor (GW4890m) af te schieten, en op dit moment bezig is met de voorbereidingen voor een afschotvergunning. Wolven zijn in Europa een beschermde diersoort onder de Habitatrichtlijn, en nemen een onmisbare rol in in ons ecosysteem. Lidstaten zijn verplicht om de staat van instandhouding te monitoren en zo nodig maatregelen te nemen om die te behouden of te verbeteren. In Nederland is de bescherming van de wolf opgenomen in de Omgevingswet.
Het doden van wolven is in principe streng verboden. Enkel wanneer er aan zeer strikte voorwaarden wordt voldaan en alle alternatieve maatregelen aantoonbaar zijn uitgeput is afschot mogelijk.
1.a) Bij het doden van wolven moet worden voldaan aan drie cumulatieve criteria:
1.Er moet sprake zijn van een in het Verdrag van Bern c.q. de Habitatrichtlijn genoemd doel (bijvoorbeeld onderzoek, openbare veiligheid of het voorkomen van ernstige schade aan vee);
2. Bevredigende alternatieven voor het beoogde ingrijpen ontbreken;
3. En het ingrijpen staat niet in de weg aan het bereiken van een goede staat van instandhouding. Kan het college per voorwaarde een onderbouwing geven voor wolf Bor?
b) Wordt er juridisch advies ingewonnen over de afschotvergunning, en zo ja, kan PS deze ook ontvangen?
c) Welke recente gerechtelijke uitspraken worden meegenomen in de voorbereidingen voor de afschotvergunning?
d) In welke wijze wordt het Wolvenplan 2025 toegepast voor deze casus?
e) Waarom wordt direct overgegaan tot een afschotvergunning, en niet eerst de escalatieladder van het IPO Wolvenplan (2025) doorlopen door te kiezen voor minder verstrekkende opties als (tijdelijke en gedeeltelijke) afsluiting van het leefgebied, en eventuele aversieve conditionering?
f) Waarom wordt alleen gesproken over afschot en geen andere mogelijkheden onderzocht voor het uit de populatie verwijderen van de wolf, zoals omschreven in de interventierichtlijnen van het IPO-wolvenplan? Dit kan immers ook vangen en verplaatsen betekenen. Zijn er alternatieven onderzocht, zoals tijdelijke afsluiting of conditionering, conform artikel 8.74k Bkl? Zo ja, kunnen wij als PS de resultaten van de onderzochte alternatieve krijgen?
g) Kan het college aangeven waarom deze alternatieven geen ‘bevredigend alternatief’ vormen, zoals vereist onder de Habitatrichtlijn?
2.a) Welke juridisch bindende criteria hanteert de provincie om wolf Bor aan te duiden als “probleemwolf”?
b) Zijn deze criteria extern getoetst en verenigbaar met Europese wetgeving?
c) Hoe wordt voorkomen dat dit label beleidsmatig wordt gebruikt om afschot te legitimeren in plaats van strikt wetenschappelijk te onderbouwen?
d) Hoe voorkomt de provincie dat het aanduiden van wolven tot ‘probleemwolf’ de beschermde status uitholt?
e) Hoe is het gebruik van dergelijke termen te verenigen met de verplichting van lidstaten om de wolvenpopulatie in stand te houden?
f) Wanneer spreekt GS van een ‘probleemwolf’?
g) Hoe kan bij afschot gegarandeerd worden dat de juiste wolf wordt gedood? In Duitsland en Zwitserland is bijvoorbeeld meermaals achteraf vastgesteld dat de verkeerde wolven zijn gedood.
h) Welke juridische en, eventueel, strafrechtelijke gevolgen heeft het afschieten van de verkeerde wolf?
i) Is er budget gereserveerd voor rechtszaken die volgen uit het doden van wolven? Zo ja, hoeveel is dat?
j) Voor een afschotvergunning zal waarschijnlijk onder de omgevingswet een ‘maatwerkvoorschrift’ moeten worden verstrekt. Deelt GS de opvatting dat dat in deze casus juridisch niet kan, aangezien er wel invulling gegeven mag worden aan de zorgplicht, maar niet afwijken ervan?
k) Wat voor beleidsconsequenties heeft het afschieten van de verkeerde wolf?
l) Op welke manier is er gedragsmonitoring uitgevoerd (camera’s, nachtobservaties, locatie-analyses) om te onderbouwen dat het dier een “probleemwolf” is, en wat waren de resultaten daaruit?
3. a) Op basis van welke objectieve gegevens is vastgesteld dat het bij de schadegevallen daadwerkelijk om één individuele wolf (Bor, GW4890m) gaat?
b) Wat is de onderbouwing van de zogenoemde spoedanalyse van DNA (laboratorium, methode & datum)?
c) In hoeverre is uitsluiting van andere daders (andere wolven of honden) gewaarborgd?
d) Is er naast het DNA van Bor, nog DNA van andere wolven of honden gevonden bij de aanvallen?
e) Is bekend of Bor in 2025 vader is geworden van nieuwe welpen?
1. Zo ja, om hoeveel welpen gaat het, en in welke periode zijn deze geboren?
2. Wat zijn de consequenties voor de overlevingskans van de welpen volgens literatuur en deskundigen?
3.Hoe verhoudt het doden van een territoriale ouderwolf zich tot de verplichtingen onder de Habitatrichtlijn, met name ten aanzien van het beschermen van voortplantingsplaatsen, leefgebied en het ontbreken van andere bevredigende oplossingen?
f) Hoe is het DNA van wolf Bor te koppelen aan het uiterlijk van wolf Bor?
g) Zijn er foto’s en/of camerabeelden van wolf Bor? Zo ja, kunnen die dan vrijgegeven worden?
h) Zijn er camerabeelden over hoe de wolf Bor binnen is gekomen? Zo ja, kunnen die worden vrijgegeven?
i) Wanneer is het laatste DNA-spoor van wolf Bor aangetroffen?
4.a) Welke controle en meetgegevens van de wolfwerende rasters op de betreffende locaties (spanningsmetingen, inspectierapporten, logboeken) zijn beschikbaar? Graag ontvangen wij deze in de beantwoording.
b) Welke preventieve maatregelen waren aanwezig op de getroffen locaties (soort raster, hoogte, spanning, onderhoud)?
c) Zijn deze preventie maatregelen (zoals de wolfwerende hekken) gecontroleerd door toezichthouders voor de incidenten hebben plaatsgevonden? Zo ja, hoe ver van tevoren?
d) Zijn er inspectierapporten beschikbaar waarin tekortkomingen zijn vastgesteld?
e) Welke extra of zwaardere preventie (zoals dubbel raster, extra stroomdraden, fladderlinten, verplaatsing van schapen, permanente monitoring) is ingezet?
f) In hoeverre waren de schapen goed beschermd, aangezien er ook een aanval heeft plaatsgevonden van een hond?
g) Rondom de percelen waar de aanvallen plaatsvonden zijn o.a. extra draad, flitslichten, fladderlinten aan stroomdraad en camera's geplaatst. Sindsdien zijn er geen nieuwe aanvallen geweest. Deelt GS de opvatting dat de ‘andere bevredigende oplossingen’ dan voldoende werken? Zo nee, waarom niet? In het Drents-Friese wold is eerder een proef gedaan met verplaatsbare wolvenrasters met vijf of zes draden. Gebleken is dat die wolvenrasters onvoldoende werken.
h) Wat is het verschil tussen de rasters uit de bovenstaande (gefaalde) proef, en de rasters waar Bor overheen is gesprongen? Afschotvergunningen moeten duidelijk en precies aangeven welk doel daarmee is gediend, en gebaseerd zijn op wetenschappelijke gegevens. Alleen wijzen op mogelijke problemen die de wolven kunnen veroorzaken is onvoldoende.
5.a) Welk doel is gediend met afschot?
b) Met welke wetenschappelijke gegevens is dat doel onderbouwd? Het voorzorgsprincipe in de Habitatrichtlijn schrijft verder voor dat voordat toestemming wordt gegeven, eerst duidelijk moet zijn hoe het staat met de populatie en de gevolgen die het doden van exemplaren heeft.
c) Welke schade gaat het doden van wolf Bor aanrichten aan de populatie?
d) In Drenthe is een nulstand op o.a. zwijnen van kracht, terwijl dit een van de belangrijkste voedselbronnen van de wolf is. De Veerkracht van de Drentse natuur om de wolf op te vangen wordt daardoor kleiner, en dit beïnvloed wolven sneller naar menselijke interactie zoals bij jacht op gehouden dieren. Is GS bereid om de nulstand voor o.a. zwijnen op te heffen? Zo nee, waarom niet?
Na ruim 150 jaar afwezigheid keerde de wolf terug in Drenthe. De casus rond wolf Bram (GW3237m) in Utrecht leidde tot veel publieke en juridische discussie over de toepassing van de Habitatrichtlijn
6.a) Welke lessen heeft de provincie geleerd van de casus wolf Bram?
b) Heeft GS contact gehad met deskundigen of GS in Utrecht over wolf Bram of Bor? Zo ja, wat is er besproken?
7.a) Is GS bereid alle relevante documenten zoals juridische adviezen, ecologische analyses, e-mails, monitoringsrapportages en DNA-resultaten openbaar maken voor het afgeven van de afschotvergunning? Zo nee, waarom niet?
b) Graag ontvangen wij alle taxatierapporten, inclusief foto's, van zowel de BIJ12 taxateur als van de eventuele toezichthouder van de provincie.
c) Is GS bereid om het besluit tot afschot op te schorten totdat Provinciale Staten volledig zijn geïnformeerd en alle juridische en ecologische risico’s zijn beoordeeld?
d) Komt het plan om wolf Bor te doden uit het college of de FBE? Graag toelichting over dit proces.
Alvast bedankt voor uw antwoorden,
Siska Peeks | Partij voor de Dieren
Aan: Statenlid S.J. Peeks-Niemeijer (i.a.a. de overige Statenleden)
Assen, 21 april 2026
Ons kenmerk 17/ 5.t/ 2025001829
Behandeld door thema Natuur
Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ex artikel 41 Reglement van orde over wolf GW4890m
Geacht Statenlid Peeks,
ln uw brief van 10 december 2O25 stelde u een aantal vragen over wolf GW4890m. Deze vragen beantwoorden
wij als volgt.
Antwoord 1a.
De volgende opmerking geldt ook voor de rest van deze beantwoording: Wij kennen geen wolf 'Bor' en
nemen aan dat het gaat om wolf GW4890m.
7. Het gaat in dit geval om het voorkomen van ernstige schade aan vee.
2. Het vee staat goed beschermd, volgens de normen zoals vastgesteld door BlJ72. Zoals vastgesteld
in het lnterprovinciaal Wolvenplan 2025, mag een wolf uit de populatie worden genomen die meer
dan twee keer betrokken is bij veeschade binnen goed geplaatste wolfwerende omheiningen.
3. De wolf GW4890m wordt door BlJ72 op dit moment van schrijven niet aangemerkt als ouderwolf
of territoriumhouder. Als onderdeel van de aanvraag maatwerkbesluit zal een ecologische onderbouwing
worden toegevoegd. Uit de ecologische onderbouwing zal moeten blijken dot het doden
van wolf GW4890m niet in de weg staat van een gunstige staat van instandhouding van de wolf in
Nederland.
Antwoord 1b.
Wij voeren vastgesteld beleid uit ten aanzien van vergunningverlening. De eindproducten zijn uiteindelijk
openbaar beschikbaar en uw Staten kunnen deze informatie tot zich nemen. Het maatwerkbesluit
voor afschot zal in samenwerking met TRlP Advocaten worden opgesteld. Er ligt geen juridisch advies
op papier. Wij baseren ons besluit op de huidige jurisprudentie. Er wordt ook gekeken naar wat er al
ligt in andere provincies. Er is altijd overleg, wij laten ons begeleiden en adviseren.
Antwoord 1c.
Het maatwerkbesluit voor het uit de populatie nemen van probleemwolf GW4890m wordt momenteel
nog voorbereid er kan dus nog geen limitatieve lijst worden gegeven, uitbreiding op basis van inzichten
en recente ontwikkeling is daardoor mogelijk. Er wordt in ieder geval rekening gehouden met
o ECLI_NL_RBGEL_2025-1143
o ECLI_NL_RBGEL_2025_3843
o ECLI_NL_RBGEL_2025_8229
o ECLI NL_ RBGEL 2025 4030
Antwoord 1d.
De interventierichtlijnen van het lnterprovinciaal Wolvenplan 2025 vormen de basis van deze casus. Er
wordt hier onder andere getoetst aan de beschreven Interventierichtlijn situatie wolf-vee.
Antwoord 1e.
Het afsluiten van het leefgebied van de wolf en aversieve conditionering zijn niet van toepassing op
deze specifieke situatie. Het goot in dit geval om een wolf die door of over wolfwerende rasters heen
komt en daarbij vier keer veeschade heeft veroorzaakt.
Volgens de escalotieladder en de interventierichtlijnen van het Wolvenplan 2025 wordt een dergelijke
wolf aangemerkt als probleemwolf en mag uit de populatie worden genomen.
Antwoord 1f.
Als deze probleemwolf wordt gevangen en verplaatst, wordt daarmee ook het probleem verplaatst en
krijgen veehouders in het nieuwe leefgebied van deze wolf te maken met het probleemgedrag. Deze
wolf heeft geleerd hoe hij door correct geplaatste wolfwerende omheiningen kon komen. Volgens de
interventierichtlijnen mag een dergelijke wolf uit de populatie worden genomen.
Antwoord 1g: Antwoord 1d: Zie antwoord 1f.
Antwoord 2a.
Het wolvenplan 2025 is gebruikt voor de beoordeling van het gedrag van wolf GW4890m, dit is de landelijke beoordelingslijn
Antwoord 2b.
Het wolvenplan 2025 is overeengekomen in IPO verband en is in die hoedanigheid ook juridisch getoetst
aan wet- en regelgeving. Verder wordt, voordat het besluit wordt afgegeven, getoetst aan de
criteria uit de Habitatrichtlijn (belang, alternatieven, staat van instandhouding).
Antwoord 2c.
Alleen wolven die volgens de lnterventierichtlijnen van het Wolvenplan 2025 in aanmerking komen
voor afschot, waarbij al wat redelijk mogelijk is om dit te voorkomen, is toegepast of niet mogelijk is bevonden, alleen die individuele wolven komen in aanmerking voor afschot.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van een ecologische onderbouwing door een onafhonkelijke wolvenexpert.
Antwoord 2d.
Het Wolvenplon 2025 noemt duidelijke criteria waaroon een wolf moet voldoen om te worden aangemerkt
als probleemwolf. Er wordt duidelijk verschil gemaakt tussen problematische situaties en problematisch
gedrag en wanneer er sprake is van een daadwerkelijke probleemwolf. Het besluit om een
wolf tot probleemwolf te bestempelen, gebeurt volgens de richtlijnen uit het Wolvenplan 2025.
Antwoord 2e.
Een wolf mag alleen uit de populatie worden genomen als dit geen afbreuk doet aan het streven de
populatie van de wolf in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige stoot van instandhouding
te laten voortbestaan.
Antwoord 2f.
Zodra de wolf voldoet aan de criteria zoals die gesteld zijn in het Wolvenplan 2025.
Antwoord 2g.
Er kunnen geen garanties gegeven worden, maar met expertise van wolvendeskundigen kunnen we
wel waarborgen dat de juiste wolf wordt gedood.
Antwoord 2h.
Als er een maatwerkbesluit wordt verleend voor het uit de populatie nemen van de probleemwolf
GW4890m, worden hier ook maatwerkvoorschriften aan verbonden. De maatwerkvoorschriften moeten
garanderen dat er in redelijkheid vanuit gegaan mag worden dat de juiste wolf uit de populatie
wordt genomen. Mocht er dan toch een situatie ontstaan waar dit niet gebeurt, spreken wij van een
ongewoon voorval. Bij een ongewoon voorval (artikel 11.13 Bal) moet dit onverwijld worden gemeld en
zal moeten worden onderzocht of en hoe dit in de toekomst voorkomen zal kunnen worden.
Antwoord 2i.
Nee. De provincie heeft niet specifiek hiervoor budget gereserveerd.
Antwoord 2j.
Er wordt niet afgeweken van de zorgplicht. Zowel met het opstellen van het maatwerkbesluit als met
de uitvoering van het afschot zal een zodanige zorgvuldigheid in acht worden genomen dat aan de
zorgplicht als bedoeld in artikel 77.27 van het Bal wordt voldaan. Door de wijziging van de wetgeving is
een afwijking van een aantal regels in het Bal (onder andere inzake het gebruik van het geweer, buiten
het jachtveld bevinden) voldoende voor het uit de populatie nemen van een probleemwolf.
Antwoord 2k.
Dat zal op basis van evaluatie worden bepaald
Antwoord 2l.
Er zijn 22 wildcamera's geplaatst, die zo gericht staan dat het raster goed in beeld is. Het gebied
waarin deze wildcamera's zijn geplaatst, is erg groot. De kans is dus klein dat de wolf goed wordt vastgelegd.
Op enkele beelden van deze camera's is een wolf te zien die langs het raster loopt. Het is echter
niet vast te stellen dat het hier gaat om probleemwolf GW4890m, die met DNA meermaals is vastgesteld
bij veeschade binnen goedgekeurde wolfwerende rasters. Er is géén beeldmateriaal waarop te
zien is dat de wolf door of over het raster heen komt.
Antwoord 3a.
Op basis van DNA-analyses.
Antwoord 3b.
ln onze praktijkproef vonden aanvallen plaats binnen correct geplaatste en goed gemonitorde wolfwerende
rasters. Het was voor zowel de provincie als de dierhouders belangrijk om snel te weten of het
om één of om verschillende wolven ging. De DNA-analyses zijn uitgevoerd door het WENR, volgens
gangbare geaccrediteerde methoden, de resultaten zijn bij de provincie binnengekomen op 2 december
2025. Daaruit bleek dat het ging om één wolf, namelijk wolf GW4890m.
Antwoord 3c.
Van vier locoties waar aanvallen plaatsvonden en waar DNA is afgenomen voor controle op soort en
individubepaling (locaties Frederiksoord, Beilervaart, Beilen, Dwingeloo) werd vastgesteld dat het ging
om een wolf en wel specifiek wolf GW4890m. Er is geen DNA aangetroffen van andere wolven.
Antwoord 3d: Antwoord 2d. Zie antwoord 3c.
Antwoord 3e.
Volgens de nieuwste informatie van BlJ12 is wolf GW4890m, een nakomeling uit roedel Drents-Friese
regio, geen wolf met ouderlijke taken en geen territoriumhouder.
Antwoord 3f.
Dit is op dit moment niet te koppelen
Antwoord 3g.
Het is onbekend of de wolf die op de camerabeelden staat, GW4890m betreft
Antwoord 3h.
Er zijn geen camerabeelden die laten zien hoe de wolf GW4890m is binnengekomen.
Antwoord 3i.
Dit was met de monsters van 20 november 2025.
Antwoord 4a.
Door de toezichthouder von de provincie zijn er inspectierapporten opgemaakt. Van de spanningsmeters
die aan de rasters hingen, zijn grafieken beschikboor.
Antwoord 4b.
De rasters die gepasseerd zijn, zijn mobiele draadrasters die zes draden bevatten. De hoogtes voor de
draden zijn volgens de normen van BlJ12. De spanning op de rasters was >4.5 kV.
Antwoord 4c.
De rasters zijn onderdeel van de praktijkproef van de provincie. Elk raster in de praktijkproef wordt na
platsing gekeurd door een wolvenconsulent. Na de aanvallen heeft een toezichthouder van de provincie de rasters extra gecontroleerd om te zien of ze gebreken hadden. De bevindingen zijn vastgelegd in inspectierapporten.
Antwoord 4d. Er zijn in de betreffende rasters geen tekortkomingen aangetroffen.
Antwoord 4e.
Langs diverse rasters in het gebied zijn fladderlinten met stroom opgehangen. Aan andere rasters is
een extra blouw lint toegevoegd en er was een raster uitgerust met 'foxlights'.
Antwoord 4f.
De schapen stonden goed beschermd, want de rasters voldeden aan de normen van de faunopreventiekit
van BlJ12 en maakten deel uit van onze praktijkproef, waarbij de rasters doorlopend onder controle
staan. Tevens zijn er geen gebreken aangetoond in de spanning van de rasters. Op vier locaties is geen
hond aangetroffen.
Op een andere locatie kwam uit analyse van één van de afgenomen swabs als resultaat 'hond'. Dat
heeft mogelijk te maken met het feit dat deze schapen minimaal 24-48 uur eerder waren aangevallen
voordat de swabs zijn afgenomen voor DNA-analyse. DNA breekt gemakkelijk af in de buitenlucht.
Daarnaast is er grote kans op vervuiling van het DNA doordat andere dieren, zoals vos, roof, kraai en
ook hond, 24-48 uur lang aan het karkas konden vreten. De taxateur had om die reden meerdere
swabs ingestuurd, om de kans op een uitslag te vergroten.
Aan de hand van het schadebeeld op deze locatie valt wolf niet uit te sluiten.
Antwoord 4g.
De extr tijdelijke matregelen zols fladderlinten, extra draad, flitslichten, dienden om de veehouders
te ondersteunen, zoals afgesproken in onze praktijkproef. De camera's dienen om te achterhalen hoe
de wolf precies door of over de omheining heen komt en of de wolf ook herkenbare uiterlijke kenmerken
bezit. Wolf GW4890m is echter al vier keer door of over correct geplaatste wolfwerende rasters
gekomen. Daardoor wordt deze wolf aangemerkt als probleemwolf volgens de richtlijnen van het lnterprovinciaal Wolvenplan 2025 en mag het uit de populatie worden genomen.
Antwoord 4h.
Het gaat in de eerste pilot (2023-2024), in de praktijkproef (2024-2025) en nu in de vervolg praktijkproef
(2025-2026) om dezelfde rasters. We gaan als provincie van een oude situatie zonder wolven
naar een nieuwe situatie met wolven. Wij hebben daarom in enkele jaren veel geleerd over hoe wij het
Drentse vee zo goed mogelijk kunnen beschermen. Uit ervaring in het buitenland weten wij dat draadrasters
goed kunnen werken. Uit de eerste pilot zijn belangrijke lessen getrokken, waardoor de praktijkproef
erg succesvol is verlopen. Momenteel zijn wij bezig met de uitvoering van het vervolg van de
praktijkproef. ln november zijn binnen een aantal van deze rasters helaas wel aanvallen geweest. Wij
proberen hier samen met de deelnemende dierhouders van te leren en op basis hiervan aanpassingen
te doen om nieuwe aanvallen te voorkomen.
Het verschil tussen de eerste pilot en de praktijkproef is dat de rasters met striktere regels worden geplaatst
en daarna steeds worden gemonitord. De succesvolle werking van draadrasters zit in de details,
zoals bijvoorbeeld de hoogte van de laagste draad, de ruimte tussen de draden, de hoogte van de begroeiing
rond de draden en de stroomspanning op het raster. Een wolfwerende omheining biedt geen
100% garantie dat er nooit een wolf doorheen zal komen, maor in de meeste gevallen zal het een wolf
weerhouden. Zo is de ervaring uit het buitenland en dat blijkt ook uit de resultaten van onze praktijkproef.
Geen enkele beschermingsmaatregel biedt 100% garantie, maar de provincie steunt veehouders
door mee te werken aan oplossingen met een hoge werkzaamheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid.
Antwoord 5a.
Het doel is het voorkomen van ernstige schade aan vee.
Antwoord 5b.
De ecologische onderbouwing van het maatwerk besluit zal hier nader op in gaan.
Antwoord 5c.
De ecologische onderbouwing van het maatwerk besluit zal hier nader op in gaan
Antwoord 5d.
ln Drenthe geldt al geruime tijd een nulstand voor wilde zwijnen, gebaseerd op risico's
voor de volksgezondheid, verkeersveiligheid en schade aan veehouderijen, onder meer in
relatie tot dierziekten. Deze nulstand is vastgelegd in een onherroepelijke opdracht. Wij
zien op dit moment geen aanleiding om de opdracht in te trekken.
Toelichting:
ln ons eerdere antwoord stond dat de nulstand voor wilde zwijnen geldt tot 2029 en samenhangt
met het aflopen van het Faunabeheerplan. Dat is niet juist. De nulstand is een bestuurlijke opdracht,
onherroepelijk en voor onbepaalde tijd. Hieraan ligt geen Faunabeheerplan ten grondslag.
Antwoord 6a.
De provincie zal een vergunning zorgvuldig onderbouwen, zowel ecologisch als juridisch.
Antwoord 6b.
Er is ambtelijk contact geweest met collega's van diverse provincies. Ook is er contact geweest met
wolvendeskundigen die provincies adviseren over de wolf.
Antwoord 7a.
Wij voeren vastgesteld beleid uit ten aanzien van vergunningsverlening. De eindproducten zijn uiteindelijk
openbaar beschikbaar en PS kon deze informatie tot zich nemen.
Antwoord 7b: Zie het antwoord op 7a..
Antwoord 7c.
Een besluit tot afschot zal pas worden verleend als dat juridisch en ecologisch zorgvuldig is onderbouwd.
GS voert vastgesteld beleid uit ten aanzien van vergunningsverlening. De eindproducten zijn
uiteindelijk openbaar beschikbaar en PS kan deze informatie tot zich nemen.
Antwoord 7d.
De provincie volgt de richtlijnen zoals die staan beschreven in het lnterprovinciaal Wolvenplan 2025. In
dit plan staat concreet beschreven op welke monier mensen en wolven harmonieus met elkaar kunnen
samenleven. Ook staat beschreven wanneer wolven onacceptabel gedrag vertonen waardoor samenleven
niet langer redelijk is. Om de veiligheid en gemoedsrust van de bevolking te waarborgen, is het belangrijk
om een streep te trekken die laat zien wanneer er wel en wanneer er niet mag worden ingegrepen
bij een wolf. Door in te grijpen bij onacceptabel gedrag, ontstaat een groter draagvlak voor de
aanwezigheid van de wolf. Het ingrijpen bij probleemwolven komt de wolf als diersoort dus ten goede.
Het Wolvenplan beschrijft interventierichtlijnen, die beschrijven dat wolven die meer dan twee keer
schade veroorzaken bij vee dat goed beschermd staat, problematisch gedrag vertonen en worden aangemerkt
als probleemwolf. Om veehouders tegemoet te komen die hun dieren goed beschermen en
alles doen wat er redelijkerwijs van hen mag worden verwacht, worden dergelijke probleemwolven uit
de populatie genomen.
Hoogachtend
Gedeputeerde Staten van Drenthe